Westerkwartier – Het inkomensbeleid van de gemeente Westerkwartier is inhoudelijk sterk en ruimhartig, maar bereikt niet alle inwoners die moeite hebben om rond te komen. Dat concludeert de Rekenkamer Westerkwartier in een onderzoek naar de doeltreffendheid van het gemeentelijk inkomensbeleid.
In de gemeente leeft 9,4 procent van de huishoudens met een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum. Hoewel dit lager is dan het landelijk gemiddelde, gaat het nog altijd om een aanzienlijke groep inwoners, waaronder ongeveer 900 kinderen. Volgens de Rekenkamer is het inkomensbeleid goed doordacht en onderdeel van een samenhangend armoedebeleid. De gemeente werkt daarbij samen met een sterk netwerk van uitvoerende organisaties, zoals De Schans, Humanitas, Stichting Leergeld en het Jeugdfonds. Deze samenwerking is vastgelegd in het Armoedepact, dat breed wordt gewaardeerd en bijdraagt aan een effectieve uitvoering van het beleid.
Verbeterpunten
Tegelijkertijd signaleert de Rekenkamer verschillende verbeterpunten. Zo heeft de gemeente onvoldoende zicht op en bereik bij inwoners zonder bijstandsuitkering die wel financieel kwetsbaar zijn, zoals werkende armen en zzp’ers. Deze groep blijft vaak buiten beeld, terwijl zij te maken heeft met hoge woon- en vaste lasten. Daarnaast is de communicatie over regelingen versnipperd en soms moeilijk toegankelijk, vooral voor inwoners met lage taal- of digitale vaardigheden.
Inwoners die gebruikmaken van de regelingen geven aan dat deze ondersteuning biedt, maar vaak niet voldoende is om daadwerkelijk rond te komen. Met name het betalen van vaste lasten en dagelijkse boodschappen blijft voor velen een probleem.
Vijf aanbevelingen aan gemeenteraad
De Rekenkamer doet vijf aanbevelingen aan de gemeenteraad. Daarin wordt onder meer gepleit voor het structureel versterken van het Armoedepact, het actiever benaderen van kwetsbare groepen en het verbeteren van de informatievoorziening over de regelingen. Ook adviseert de Rekenkamer om cijfers over bereik en gebruik aan te vullen met ervaringsverhalen, zodat beter kan worden beoordeeld of het beleid daadwerkelijk bijdraagt aan bestaanszekerheid.







